De een zijn dood is de ander zijn brood

Blog ‘UB-drukken uit de 16e eeuw’ door: Mathieu Knops.

05-08-2019 | 10:42

de een zijn dood...De een zijn dood…
In de Leeuwarder Courant van zaterdag 6 mei 1933 meldt de weduwe M. Dutilh de liquidatie van Dutilh vlashandel. De commanditaire vennootschap is ontbonden door “het overlijden van den Beh. Venn.: Max Dutilh”. Zelfmoord, meldde een dag eerder schrijver Menno ter Braak in een van zijn talrijke brieven aan E. du Perron: “De Kreuger-affaire [van net een jaar eerder; mk] van R'dam betreft de zelfmoord van Max Dutilh, vlashandelaar en grootspeculant, die zijn weduwe, naar men zegt, met twee millioen schuld laat zitten. Hij had zelfs valsche sleutels gebruikt om in de pakhuizen van concurrenten te komen. Eigenlijk lijken al die affaires weer hopeloos veel op elkaar; in den grond zijn ze toch eigenlijk ook weer goedkoop, aangenomen dan, dat het goedkoopte in enorme dimensies is.” Du Perron antwoordt per kerende post: “Jany [de dichter Adriaan Roland Holst; mk] vertelde me nog uitvoerig de Dutilh-affaire. Inderdaad, heroisch in het goedkoope. Een kloot die het schaakspel van de consideratie heeft leeren spelen en dan door een soort roes zijn kop verliest, knoeit zóó. En als hij dan nog een tikje ‘regisseur’ in zich heeft, zorgt hij ook nog voor wat comedie - c'est de la vitesse acquise”.

…is de ander zijn brood
In 1933 worden niet alleen de boeken van Dutilh’s vlashandel gesloten. Nog in december van datzelfde jaar wordt de boekencollectie van Max Dutilh geveild in Amsterdam. De auctiecatalogus verschijnt onder de titel “Sorciers et sorcières, procès de sorcellerie, inquisition”. Deze catalogus is van kloek formaat: 32 pagina’s dik, met 8 afbeeldingen. De boeken zijn grotendeels uit eerder bezit van een Duitse verzamelaar, J. B. Holzinger. Diens collectie was in 1912 en 1913 in Leipzig geveild.

Tijdens het werken aan de catalogusbeschrijvingen van de 16e-eeuwse Duitse Reformatiedrukken van de VU bleek dat verschillende oude drukken uit onze collecties op beide veilingen aangeboden werden. Hoog tijd om hier eens wat verder onderzoek naar te doen.

In de veilingcatalogus van 28 en 29 januari 1913 van het boekenbezit van Holzinger vinden we twee werken terug die met zekerheid nu in de collectie van de VU zitten. Dit betreft de Latijnse tekst van J.G. Gödelmann “Tractatus de magis, veneficiis et lamiis, deque his recte cognoscendis et puniendis” uit 1591. Ook de Duitse vertaling van deze tekst, “Von Zauberern, Hexen und Unholden, warhafftiger und wolgegründter Bericht wie dieselbigen zuerkennen und zu straffen”, gepubliceerd in 1592 in Frankfurt, bevindt zich in de VU-collectie. Deze boeken werden als nummer 47 en 48 geveild en waarschijnlijk door Dutilh aangekocht. In de veilingcatalogus van zijn boekenbezit vinden we deze boeken namelijk terug onder de nummers 61 en 62. Als nummer 63 vinden we in dezelfde catalogus nog een derde uitgave van het werk van Gödelmann, te weten de Duitse uitgave van 1606. Deze drie werken zijn zeer waarschijnlijk door in 1933 aangekocht door Henderikus Bos Kzn.
Mr. H. Bos was houthandelaar en een verzamelaar van boeken. Hij heeft een bijzondere collectie boeken opgebouwd, met allerhande bijzondere historische drukken, voornamelijk op het gebied van recht en theologie. Net als Holzinger en Dutilh was Bos kennelijk geboeid door de geschiedenis van de heksenvervolgingen in de tijd van de Reformatie. Na zijn dood zijn zo’n 21.000 boeken van zijn bibliotheek bij de VU beland.

Moge het Licht schijnen …
Voor de boeken met signatuur XF.03298, XF.03301 en XF.01237 uit de Bos-collectie is nu dus vastgesteld dat zij door Bos zijn aangekocht op de veiling van de boeken van Dutilh. In verschillende van deze boeken is op de binnenzijde van het voorplat het ex-libris van Max Dutilh te vinden. Het motto van dit ex-libris luidt: Lux clarescet, oftewel: Moge het Licht schijnen. Onduidelijk blijft voor nu of dat eigendomsmerk ook in andere oude drukken van de VU-collectie voorkomt. Een blik in de veilingcatalogus van Dutilh leert bijvoorbeeld dat nummer 39 (“Ein kurtzer Bericht der grewlichen Wütterey unnd Nyderlag”, 1562) ook door Bos aangeschaft kan zijn en nu bewaard wordt onder signatuur XW.06202.

… ook over de herkomst van onze andere schatten
Van de gang door de bezitsgeschiedenis in de vier etappes, van Holzinger naar Dutilh en via Bos naar de UB, hebben we hiermee een eerste glimp opgevangen. In de magazijnen van de UB ligt volop voer voor verder onderzoek. Onderzoek door catalografen en boekhistorici, - maar waarom niet ook door een masterstudent?