Twaalf unica ontdekt onder 16-e eeuwse Duitse Drukken Universiteitsbibliotheek

Van een slagersverordening tot en met een kalender uit 1586 met dagboekaantekeningen.

03-12-2018 | 15:35

De UB is druk bezig de 16e-eeuwse Duitstalige drukken beter te ontsluiten. Zo maken we ze toegankelijk voor onderzoek en onderwijs. Voor alle titels die door mijn handen gaan, onderzoek ik of ze al elders bekend zijn. Van ruim tweehonderd recent nader beschreven titels, blijken er twaalf uit de Mr. H. Bos-bibliotheek van de UB uniek! Het zijn edities zijn die nog nergens ter wereld zijn geregistreerd, ook niet in Duitsland. Van een slagersverordening tot en met een ‘SchreibCalender’ met dagboekaantekeningen. SchreibCalender-InArtikel

Oude drukken in het buitenland
Het is niet uitzonderlijk dat er buiten Duitsland unieke Duitstalige edities uit voorbije eeuwen bewaard worden. Ook heel wat Nederlandse oude drukken zijn niet in de Nederlandse openbare collecties te vinden, maar wel in het buitenland. De Koninklijke Bibliotheek zoekt nog steeds naar aanvullingen voor de Short-Title Catalogue Netherlands en doet dat juist ook bij buitenlandse instellingen. En zo zijn collega’s – en zeker ook de gebruikers - van het Verzeichnis der im deutschen Sprachbereich erschienenen Drucke des 16. Jahrhunderts (VD 16) blij met elke aanvulling, ook uit Amsterdam.

Nieuwe druk opgedoken
Boeken maken soms rare omzwervingen, bijvoorbeeld via veilingen. Zo zal ook dat dozijn zeldzaamheden bij de Nederlandse verzamelaar mr. Henderikus Bos Kzn zijn beland. De Mr. H. Bos-bibliotheek  (door Bos geschonken aan de VU), bevat werken over onder meer de Reformatie waaronder veel 16e-eeuwse drukken, vooral uit Duitsland (waarvan 650 in de Duitse taal). Daaronder is de vijfde druk van een werkje, waarvan tot dusver alleen de eerste vier drukken bekend waren. Een vijfde - en vooralsnog laatst bekende - druk van een werk wordt niet gemist, totdat hij opduikt. Interessant voor de editiegeschiedenis van het werk in kwestie. Boeiend ook voor wie de boekproductie van een stad of van een specifieke uitgever onderzoekt.

Kans op overleven
Boeken maken heel wat mee. Behalve verhuizingen ook beschadiging en verwaarlozing, tot verlies aan toe, per ongeluk of bewust door opruimwoede. Hoe groter en hoe dikker een boek, des te groter de kans op behoud. Werkjes van geringe omvang hebben meer kans op overleven, als ze bij een meer omvangrijke publicatie worden gebonden of bij elkaar. Zo zijn binnen de Bos-collectie drie kleine, dunne boekjes in een convoluut (in één band) samengebonden bewaard gebleven. Net als twee andere uitgaven in klein formaat in een ander ‘convoluut’. Alle uitgaven uit deze twee convoluten blijken uniek!

Losse pamfletten
De Bos-collectie omvat ook pamfletten die vaak zijn losgehaald uit de veiligere omgeving van hun oorspronkelijke convoluten. Voor dit soort werkjes van soms maar een paar pagina’s vormt een nieuwe eigen boekband de volgende brug naar de toekomst. Bos heeft er een aantal laten herbinden en de VU vervolgens weer veel van het overige.

Kalender met dagboekaantekeningen uit 1586
Uniek is ook een verordening voor de slagers in Frankfurt uit 1559 - geldig totdat het stadsbestuur een nieuwe uitvaardigt en daarna overbodig. SlagersverordeningInArtikelEen echte ‘eendagsvlieg’ is de SchreibCalender  uit Neurenberg uit 1586. Een kalender is immers na 31 december van het betreffende jaar overbodig. Net als agenda’s. Zo is ook het gros van de almanakjes en aanverwant drukwerk op de vuilnisbelt van de geschiedenis beland. Des te aardiger, dat deze SchreibCalender ook nog eens vol staat met dagboekaantekeningen. Allemaal wederwaardigheden van de  - vermoedelijk mannelijke - eigenaar van het boekje en diens netwerk in zijn woonplaats, kennelijk Neurenberg zelf. Een onderwerp voor een scriptie?

Boeken zonder ‘kop’ of ‘staart’ 
Niet alle boeken zijn ongeschonden in handen van mr. Bos gekomen. Sommige zijn in de loop van de voorbije vijf eeuwen ‘kop’ of ‘staart’ kwijtgeraakt. Zo blijkt uit de onvolledige snedetitel van XF.03148.- dat dit werkje waarschijnlijk het laatste onderdeel van een convoluut is geweest. Van andere is juist alleen nog het eerste katern aanwezig, of niet meer dan een paar bladen aan het eind. In één geval tot een enkele slotpagina aan toe. Zelfs een ‘eenbladdruk’ bleek onvolledig. Toch zijn zelfs deze fragmenten nog allemaal ‘thuis te brengen’. Over die identificatie de volgende keer meer.

Blog ‘UB-drukken uit de 16e eeuw’ door: Mathieu Knops, november 2018