De klapschaats

gastconservator4jaapenklapschaats Als je het hebt over wetenschappelijk erfgoed aan de VU, dan komt al snel de klapschaats naar voren. Bedacht en ontwikkeld door VU-wetenschapper Gerrit Jan van Ingen Schenau en collega’s, ondersteund door de werkplaatsen van de VU en het AMC, zorgde de magische schaats uiteindelijk voor een revolutie in het topschaatsen. In 1996 reden Tonny de Jong, Carla Zijlstra en Barbara de Loor voor het eerst met de schaatsen en waren velen nog sceptisch. Maar tijdens de Olympische spelen van 1998 in Nagano schaatsen alle deelnemers op klapschaatsen en werden op bijna alle afstanden wereldrecords gereden.

Hoger mechanisch rendement
De klapschaats is een scharnierende schaats die het mogelijk maakt de beenspieren volledig te strekken zonder dat de punt van de schaats zich in het ijs boort en de vaart remt. Het kunnen strekken van de kuitspieren draagt ook bij aan een hoger mechanisch rendement van de beweging: er kan meer arbeid worden geleverd omdat meer spieren effectief aan de beweging bijdragen. Een andere voordeel van de klapschaats is dat de beweging natuurlijker wordt (het strekken van de kuit hoeft niet meer onderdrukt te worden) en daardoor meer ontspannen kan worden uitgevoerd.

Verschillende meetmodellen en prototypes
Verschillende meetmodellen en prototypes gingen aan het uiteindelijke succes vooraf. Een van de eerste meetmodellen, die de afzetkracht meet bij het schaatsen, stamt al uit 1978. Deze schaats heeft nog vastzittende ijzers, evenals de meetinstrumenten uit 1985 tot 1988, ontwikkeld voor onder andere het promotie onderzoek van Jos de Koning. Het idee van de klapschaats werd uitgewerkt door de schaatsonderzoekers van de Faculteit Bewegingswetenschappen, Van Ingen Schenau en Gert de Groot, in gesprek met de instrumentmakers Wim Schreurs en Hans Meester van het Academisch Medisch Centrum (UvA).

Hier te zien: een model uit 1996-1997
De schaats die hier te zien is, is een model uit 1996-1997. De draden leidden naar een kleine computer op de rug van de schaatser, gevuld met meetapparatuur. Deze kon dan later worden uitgelezen.



Met dank aan Jos de Koning, UHD Fysiologie,
Faculteit der Gedrags- en Bewegingswetenschappen VU.