Het fluitje van de toendra

Hans Cornelissen 200“Hieuuuw”. Ze zijn er weer! Het is een heiige najaarsochtend in de polders van de Kop van Noord-Holland. Een groep van enkele honderden Goudplevieren vliegt nerveus rondjes in karakteristieke strakke vlucht, onderling communicerend via het nog karakteristiekere melancholische toendrafluitje. Ze gedragen zich alsof ze letterlijk net terug zijn uit het Hoge Noorden. Het mooiste erfgoed vliegt rond in vrijheid; de griffioen als VU-symbool is geen toeval.

Eerst even terug in de tijd
Dit prachtige geprepareerde exemplaar in de vitrine heeft de terugreis naar zijn broedgebied in de toendra moeten missen, maar helpt ons nu met het vertellen van zijn bijzondere reisverhalen alsook van een stukje VU-geschiedenis. Hij herinnert  ons aan de illustere periode van zoölogisch onderzoek hier in de vorige eeuw, waaraan we nog steeds een bijzondere collectie opgezette dieren, skeletten, fossielen en planten in prachtige papieren herbariummappen te danken hebben.  Deze worden nu voornamelijk nog voor onderwijsdoeleinden gebruikt, onder andere door mijzelf; met dank aan collega’s als René Thijssen, Peter Maas, Kees Wattèl en Fred Wolff voor hun goede zorgen voor deze collectie en bijbehorende vitrines door de decennia heen. 
In de vorige eeuw had onderzoek naar vogeltrek hoge prioriteit en dat speelde zich met name af op het VU-veldstation het Groene Glop op Schiermonnikoog. Dit veldstation wordt nog steeds dankbaar gebruikt voor ons ecologische onderzoek en onderwijs, al gebeurt het ringonderzoek naar vogeltrek daar tegenwoordig door vrijwilligers  (http://www.vogelringschier.nl/station.html).

Parallelle migratieroutes van vogel en onderzoeker
Voor mij persoonlijk komen onderzoek en hobby organisch samen in de Goudplevier. Ieder jaar reis ik, als ecologisch onderzoeker, enkele keren de Goudplevier achterna naar het Hoge Noorden, al vertoont de vogel klimaatvriendelijker migratiegedrag dan de onderzoeker. In Abisko, in Zweeds Lapland, doe ik met Rien Aerts en andere ecologen al jaren experimenteel onderzoek naar de gevolgen van klimaatsopwarming voor de koolstofbalans en biodiversiteit van de toendra. Met doorzichtige “open-top chambers” warmen we daartoe al bijna twee decennia lang een aantal stukjes toendraland op. In dit gebied klinkt dan geregeld het “hieuuuw” van een Goudplevier, voor mij hèt symbool van de toendra. Misschien heb ik ditzelfde individu een half jaar eerder in eigen polder gehoord, denk ik dan. 

Klimaatsopwarming raakt zowel de Goudplevier als mijzelf. Voor de vogel is het belangrijk dat de snelle expansie van struiken, en soms bomen, niet ten koste gaat van de open toendra die hij broodnodig heeft als broedterrein. Voor mijzelf is het horen van het fluitje van de Goudplevier het teken dat het voor vogel en toendra nog niet te laat is. Maar het is wel vijf voor twaalf.